45 jaar werk is genoeg, ook voor niet zware beroepen

45 jaar werk is genoeg, ook voor niet zware beroepen! 

 

De cao-partijen bij Bouw & Infra sloten onlangs een cao met daarin een opmerkelijke passage. De werkgevers en de vakbonden spraken met elkaar af dat zij bij de overheid zullen aandringen op maatregelen om voor de zware beroepen in de bouw- en infrasector tot een flexibele AOW te komen. Zij pleiten er voor dat de AOW moet kunnen ingaan na 45 gewerkte jaren. 

 

Naar aanleiding van een artikel hierover in De Telegraaf van 18 april onder de titel “45 jaar werk is genoeg”, waarin de krant sprak over een ‘uniek verbond bonden en werkgevers,’ stelde het Tweede Kamerlid Van Kent van de SP hierover schriftelijke vragen aan minister Koolmees van SZW. Hij vroeg de minister hoe deze tegemoet gaat komen aan de eis van de werkgevers en de vakbonden om voor de zware beroepen in de bouw- en infrasector.

 

Koolmees stelt in zijn antwoord dat het koppelen van de AOW-leeftijd aan een arbeidsverleden van 45 jaar geen begaanbare weg is en ook haaks staat op het karakter van de AOW. Hij onderbouwt dit door erop te wijzen dat de AOW een volksverzekering is die voor iedere oudere een basisvoorziening biedt afhankelijk van het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond en verzekerd is geweest. Het arbeidsverleden speelt hierbij geen rol. 

 

Het op zich al bijzondere gezamenlijke pleidooi van werkgevers en vakbonden is zonder meer een sympathieke poging om iets te doen voor de zware beroepen. Zoals Koolmees al aangeeft is de definitie van een zwaar beroep lastig te geven. Een arbeidsperiode van 45-jaar waarna het pensioen ingaat, is wel een objectief gegeven, mits dit geldt voor iedereen. En waarom niet? In Nederland is de algemeen aanvaarde norm dat een adequaat pensioen een pensioen is ter grootte van 75% van het gemiddelde salaris, op te bouwen in 40 jaar. Dan lijkt het me niet onredelijk dat iemand na 45 jaar werken met pensioen mag. Mag, niet moet. Langer doorwerken mag natuurlijk altijd.

 

Maar Koolmees maakt terecht het punt dat het karakter van de AOW er nu juist voor zorgt dat het arbeidsverleden niet relevant is. Ook iemand die zijn gehele leven in Nederland woont en nooit een jaar arbeid heeft verricht, krijgt een volledige AOW. En dat staat inderdaad haaks op een regeling waarin de AOW voor iemand met 45 werkzame jaren vervroegd mag ingaan. 

 

Een oplossing is wellicht om niet aan te knopen bij de AOW, maar bij het aanvullende pensioen in de tweede pijler. Zoals Koolmees aangeeft, kennen we daarin al wel de mogelijkheid om het pensioen eerder in te laten gaan. Echter de fiscale wetgeving schrijft voor dat als de pensioeningangsdatum wordt vervroegd ten opzichte van de fiscale  pensioenrichtleeftijd (inmiddels 68 jaar) de uitkeringen actuarieel moeten worden gekort. Deze korting bedraagt bij het vervroegen van de pensioeningangsdatum van 68 naar 65 al bijna 20%. Als we deze korting, zoals nu is voorgeschreven in artikel 18a, zesde lid Wet LB 1964, nu eens schrappen voor werknemers met ten minste 45 dienstjaren. Iemand die op zijn 20ste begint kan dan dus op zijn 65ste zijn ouderdomspensioen in laten gaan zonder actuariële korting. Het gemis aan AOW in de eerste periode kan hij opvangen door te kiezen voor de zogenoemde hoog laag constructie. Dat is nu al mogelijk en houdt in dat de pensioengerechtigde eerst een tijdje een hoger pensioen krijgt en na enige tijd een lager pensioen dan in de situatie dat hij voor een gelijkblijvend pensioen kiest. Op deze wijze bereikt hij dat zijn totale pensioenuitkering (AOW + aanvullend pensioen) vóór en ná zijn AOW-ingangsdatum hetzelfde kan zijn. Hiermee komen we (voor een deel) tegemoet aan de wensen van de sociale partners om iets te doen voor de zware beroepen. Want die starten doorgaans eerder op de arbeidsmarkt en bereiken dus eerder de periode van 45 jaar. En wellicht vormt dit nog wel een extra prikkel om deze 45 jaar vol te maken.

 

Dit kost uiteraard geld. Want de actuariële korting niet toepassen betekent de contante waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen ophogen. Maar dat kunnen we verwerken in de totale premies die voor alle deelnemers worden afgedragen. Dat leidt tot een geringe opslag. Dat is een politieke keuze en heet wat mij betreft solidariteit.

 

45 Jaar werk is echt genoeg, ook voor niet zware beroepen. 

 

30052018