Kanttekeningen bij Ontwerpbesluit Nettopensioen; geplaatst 15 september 2014

Inleiding

Op 1 september 2014 publiceerde de staatssecretarissen van SZW en Financiën het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met uitvoering van het nettopensioen en de waarborg voor fiscale hygiëne van het nettopensioen. 

Dit ontwerpbesluit brengt mij tot de volgende opmerkingen en kanttekeningen. De algemene conclusie daarbij is dat het ontwerpbesluit nog een aantal vragen open laat en een aantal nieuwe oproept. Het beperkt zich tot de uitvoering van een nettopensioenregeling door pensioenfondsen en de daarmee gepaard gaande fiscale hygiëne. In de aanbiedingsbrief gaan de staatssecretarissen in op diverse vragen en moties die tijdens de Kamerbehandeling aan de orde kwamen. Op diverse punten blijft het echter onduidelijk hoe e.e.a. uitwerkt voor pensioenverzekeraars en PPI-en die een nettopensioenregeling uitvoeren. 

Op een aantal punten ga ik hierna in. Klik door op de titel voor het hele artikel. Daarbij komen achtereenvolgens aan de orde; 

-      Fiscale hygiëne en taakafbakening
De mate waarin er sprake moet zijn van fiscale hygiëne en in hoeverre dat de bewegingsvrijheid van de pensioenfondsen binnen de taakafbakening beperkt, is een politieke afweging. Maar het invoeren van de nettopensioenregeling kan geen reden zijn om het grotere geheel van de taakafbakening ter discussie te stellen en/of op te rekken.

-     Verplicht vrijwillig?
Waarom is het noodzakelijk om de nettopensioenregeling onder de verplichtstelling te brengen als het een vrijwillige regeling in de zin van de PW blijft? Dat brengt allerlei uitvoeringstechnische problemen met zich. Bijvoorbeeld de voorwaarden waaronder dispensatie kan/moet worden verleend. En de vraag of dispensatie nog tijdig, d.w.z. ruim vóór 1 januari 2015, kan/zal worden verleend. Dit is van groot belang voor deelnemers die hun teruggang in partnerpensioen willen repareren. Dat moet gebeuren voor 1 januari 2015. De door de staatssecretaris van SZW tijdens de Kamerbehandeling genoemde eis van gelijkwaardigheid is op grond van de huidige regelgeving overbodig.

-      Definitie netto pensioen
Het kabinet geeft aan om voor het fiscale kader aansluiting te gaan zoeken bij het loonbelastingregime in de tweede pijler. Dat is een goede ontwikkeling waarvoor wij ook steeds hebben gepleit. De tijdsdruk wordt hierdoor echter wel steeds groter omdat dit pas bij het Belastingplan 2015 (dus na Prinsjesdag)  vorm gaat krijgen.

-      Verschillende franchises voor eindloon en middelloon
Dit levert in de uitvoeringspraktijk grote problemen op. Met name bij regelingen met een ouderdomspensioen op middelloonbasis en een nabestaandenpensioen op eindloonbasis. Naar onze mening is het niet noodzakelijk twee verschillende franchises te hanteren. Dit is op heden ook nog nooit gebeurd, terwijl de wet- en regelgeving op dit punt niet wijzigt op 1 januari 2015.

-      Verlies partnerpensioen voor arbeidsongeschikte deelnemers bij pensioenfonds
Verlies aan partnerpensioen voor arbeidsongeschikte deelnemers die premievrijstelling hebben bij een pensioenfonds speelt met name bij mensen met een inkomen boven 
€ 100.000. In antwoord op eerdere vragen is gezegd dat deze mensen dit in de nettoregeling in de tweede pijler kunnen compenseren. Omdat daar een keuringsverbod geldt, zou dat dé oplossing zijn. Vergeten wordt echter dat de pensioenuitvoerder achteraf, bij overlijden binnen een jaar ten gevolge van een oorzaak die al bestond ten tijde van het afsluiten van de pensioenverzekering, alsnog via de toetsingscommissie de uitkering kunnen weigeren. De nettoregeling is in veel gevallen dus allerminst de oplossing.

-      Verschil in op te bouwen aanspraken voor arbeidsongeschikte deelnemers met en zonder arbeidsongeschiktheidspensioen
Door het uiteenlopen van de einddatum van de WIA en de pensioenrichtleeftijd, ontstaat een verschil in het in aanmerking te nemen aantal dienstjaren bij arbeidsongeschikte deelnemers die naast de WIA een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen hebben en deelnemers die dat niet hebben. Deelnemers met een arbeidsongeschiktheidspensioen (met dus een relatief hoog inkomen) zijn beter af dan deelnemers zonder. Dat valt niet uit te leggen en is simpel op te lossen door een kleine aanpassing van artikel 10a Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.

-      Pensioeningangsdatum 1e van de maand, of verjaardag?
In de pers verschenen onlangs berichten dat een pensioeningangsdatum van de eerste van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt niet zonder meer toegestaan zou zijn. Ook dit leidt tot grote uitvoeringsproblemen.